Skip navigatie
FOTO: © Kirsten van Santen
naar agenda
Bestellen

Gastprogramma

Huizingalezing 2026 door Robbert Dijkgraaf

Het recht op verwondering

  • Datum
    do 3 dec 2026
  • Tijd
    20.00 ~ 21.30 uur
  • Locatie
    Stadsgehoorzaal
  • Euro Streamline Icon: https://streamlinehq.com
    Prijs
    € 24,00
  • Zaal
    Grote Zaal
  • Inclusief
    Drankje

Het recht op verwondering

Wetenschap en technologie zijn de betrouwbaarste bron van optimisme. Maar terwijl onze kennis uitdijt, krimpt onze belevingswereld. Algoritmes weten al wat we willen zien en modellen beantwoorden vragen voordat we ze hebben gesteld. We besteden niet alleen het rekenwerk uit, maar ook meer en meer het denken zelf. Dat dwingt ons tot een ongemakkelijke vraag: wat komt er vóór de prompt?

Een antwoord ligt in wat aan alle kennis voorafgaat: verwondering. Het besef, tegelijk verheffend en beangstigend, dat de wereld oneindig veel groter is dan wij kunnen overzien, laat staan begrijpen. Het is de aantrekking van de witte vlekken op de kaart. Verwondering is de vonk die de krachten van verbeelding en nieuwsgierigheid ontsteekt. Zij laat zich aan geen enkele machine uitbesteden. En iedereen heeft het recht daardoor te worden aangestoken.

De waarde van het nutteloze

Juist die vonk staat onder druk en niet alleen door technologie. De wetenschap lijdt meer en meer onder de vloek van haar toepassing en moet zich verantwoorden met het nut dat zij belooft. Zoals Huizinga in Homo ludens betoogde dat cultuur ontstaat in nutteloze spelvorm, geldt dat ook voor de wetenschap. Zij vindt haar drijfveer en haar grootste kracht in iets wat zichzelf niet hoeft te verantwoorden: het genoegen om de wereld te begrijpen.

Verder kijken dan het bekende

Daar ligt ook de uitweg: bevrijding van het nuttige, eerherstel voor het spel en het recht om niet te weten waar je heen gaat. Elke ontdekking wordt achteraf verteld als een logische rechte lijn, maar in werkelijkheid kronkelt elk pad. En alleen een kronkelpad komt langs plekken die op geen enkele kaart staan.Wat vraagt dit recht op verwondering van de inrichting van ons onderwijs, onze wetenschap en onze samenleving? En wat is de rol van de mens in een tijd die zo in de houdgreep is van technologie en waar de verwondering letterlijk wordt afgeschermd? Het gaat immers ook om hoe kennis onze positie in de wereld duidt. Misschien kunnen de kunsten ons de weg wijzen. De schilder tegenover het lege doek, de schrijver tegenover de onbeschreven pagina: zij gaan telkens opnieuw waar nog niemand is geweest.

Over Robbert Dijkgraaf

Robbert Dijkgraaf (1960) is een mathematisch fysicus en academisch bestuurder. Hij is universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en president van de International Science Council, de oudste en breedste organisatie die de mondiale wetenschap vertegenwoordigt. Eerder was hij minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en tien jaar directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.

Dijkgraafs onderzoek bevindt zich op het grensvlak van de theoretische natuurkunde en de wiskunde, waar hij bijdroeg aan het begrip van snaartheorie, zwarte gaten en topologische veldentheorieën. Als adviseur op het gebied van wetenschapsbeleid was hij president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en van het InterAcademy Partnership, het wereldwijde samenwerkingsverband van wetenschapsacademies. Voor zijn wetenschappelijke verdiensten ontving hij de Spinozapremie, de hoogste Nederlandse wetenschappelijke onderscheiding, en werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij is onder meer lid van de American Academy of Arts and Sciences en de American Philosophical Society, en Fellow van de Royal Society. Hij ontving eredoctoraten van de Universiteit Leiden, de Vrije Universiteit Brussel en de Radboud Universiteit.

Dijkgraaf heeft zich altijd ingezet om een breed publiek te betrekken bij de wetenschap, onder meer door zijn columns in NRC Handelsblad, zijn vele media-optredens en zijn populairwetenschappelijke boeken waarvoor hij de eerste Irispenning voor wetenschapscommunicatie ontving. In 2017 publiceerde hij The Usefulness of Useless Knowledge bij Princeton University Press. Hij studeerde wis- en natuurkunde aan de Universiteit Utrecht, waar hij werkte onder Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft.