Leidse Schouwburg

De Geschiedenis

Op 23 februari 1705 kreeg Jacob van Rijndorp, acteur en leider van rondreizend theatergezelschap de Groote Compagnie, van de Leidse magistraat ‘met schuldige eerbiedigheijt’ toestemming om een theater te bouwen op de plaats van een afgebrande mouterij aan de Oude Vest. Met een subsidie van 500 guldens én vrijstelling van belastingen begon hij aan de bouw: op 1 oktober 1705 opende het theater zijn deuren met de voorstelling Belegering ende Ontset der Stadt Leyden van Reynerius Bontius. 

Hoefijzer 

Het oorspronkelijke gebouw is in de loop der tijd meerdere malen uitgebreid en gerenoveerd. Vanaf 1833 werd aan beide zijden van de schouwburg een pand gekocht om het theater uit te kunnen breiden. Toch bleek het gebouw niet te voldoen en in 1865 werd het startschot gegeven voor een ingrijpende verbouwing. Onder leiding van stadsarchitect Schaap kreeg de zaal van de Leidse Schouwburg haar huidige hoefijzervorm, geïnspireerd op de Italiaanse theaters. 

Studenten

Vanaf de 19e eeuw speelden studenten een belangrijke rol in de schouwburg. Allereerst als vaak luidruchtige bezoekers die voor aanvang bij iedere voorstelling het lijflied Io Vivat van  de Leidse studentenvereniging Minerva Io Vivat aanhieven. In 1975 maakte directeur Hans van Dam een einde aan deze traditie. Maar de studenten haalden ook eigenhandig belangrijke gezelschappen naar Leiden of stonden zelf op de planken, zoals Paul van Vliet in het Leidsch Studenten Cabaret. In 1978 ontstond dankzij de inzet van de Leidse studentenvereniging Augustinus het Leids Cabaret Festival. Dit festival zorgde voor de doorbraak van o.a. Najib Amhali en Lebbis & Jansen.

Verzet 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelt de Leidse Schouwburg een vooraanstaande rol in het verzet. Onderduikers verstopten zich in het pand en op de zolder vervalste een verzetsgroep persoonsbewijzen. Dit terwijl de schouwburg open bleef voor de bezetter en Duitse soldaten in de zaal met regelmaat genoten van revues! 

Aan een zijden draadje 

Het voortbestaan van de Leidse Schouwburg was in de jaren ’60 van de 20e eeuw zeer onzeker. Er waren vergevorderde plannen voor totale sloop en nieuwbouw op een andere plaats in Leiden. Door geldgebrek werd toen toch besloten tot restauratie en uitbreiding van de ‘oude dame’. Deze ingrijpende renovatie vond plaats tussen 1974 en 1976, ditmaal onder leiding van architect Onno Greiner. Slechts de muren en de balkons bleven op hun plek. Delen van het interieur verdwenen tijdelijk of werden zelfs geheel vervangen. De zaal werd eveneens in een brons-okeren atmosfeer gehuld. \

Het Ei van Greiner

Architect Greiner ontdekte tijdens de renovatie op een perspectieftekening van de zaal uit 1865 iets bijzonders. De zaal heeft weliswaar de vorm van een hoefijzer, maar tegelijkertijd de proporties van een ei. Het toneel vormt de punt waarnaar het publiek als het ware wordt toegetrokken. De acteurs lijken groter waardoor het publiek het gevoel heeft zeer dicht op het toneel te zitten. Andersom lijkt het voor de acteurs alsof ze het publiek kunnen aanraken. Dit ‘ei van Greiner’ zorgt voor een uniek gevoel van intimiteit en heeft inmiddels ook in andere theaters als uitgangspunt gediend. 
Het brons-okeren interieur werd bij de laatste verbouwing in 1997 vervangen. De Leidse Schouwburg keerde terug naar de ambiance van 1905: het traditionele rode pluche, de kroonluchters en de gouden ornamenten. 

En nu? 

Eindelijk heeft de mooiste en oudste Schouwburg van Nederland de allure die het verdient: in 2015 ging een lang gekoesterde wens in vervulling en is de foyer uitgebreid. Met de verdubbeling van het vloeroppervlak, een ruim opgezette garderobe en bar kunt u hier extra genieten. De warme en gezellige sfeer van de Leidse Schouwburg is natuurlijk behouden.